Even geduld a.u.b.
Ik hoefde alleen maar even op mijn computer een schijf te kopiëren. Dat was alles. Een uurtje werk, dacht ik. Misschien anderhalf. Met een kop thee erbij zou het bijna ontspannend zijn. Het begon hoopvol: Nog 15 minuten te gaan. Mooi. Dat gaat lukken. Maar nog voordat mijn thee op was, versprong het scherm naar: Nog 1 uur te gaan. Vreemd. Had ik iets verkeerd gedaan? Even later werd het nog interessanter: Nog 11 uur te gaan. Elf uur. Voor dezelfde kopieer-actie. Mijn vertrouwen in de tijdsinschatting van deze computer begon langzaam te verdampen. En alsof het een grap was, sprong het daarna weer terug: Nog 20 minuten te gaan. Gevolgd door: Nog 4 uur te gaan. Daar zat ik dan te wachten, zonder controle. Ik was overgeleverd aan een proces dat zijn eigen tempo bepaalde en zich niets aantrok van mijn planning.
Het zette me aan het denken. Hoe vaak kijk ik zo niet naar mijn eigen leven? Met verwachtingen, schema’s, met een innerlijke klok die zegt: het moet nu gebeuren. Ik wil nu antwoord op mijn gebed. Ik wil nu een doorbraak. Ik wil nu duidelijkheid. En als het langer duurt dan verwacht, raak ik onrustig. Net als ik met mijn computer had. Here God, waarom duurt het zo lang? Maar misschien zit het probleem niet in de voortgang, maar in mijn verwachting van de tijd. Want Gods tijd werkt anders. Als ik reken in minuten en uren, werkt Hij in seizoenen. Wanneer ik snelheid wil, werkt Hij aan diepte. Zoek ik resultaat, dan is Hij bezig met vorming. Wat voor mij voelt als vertraging, is voor Hem vaak voorbereiding.
Misschien is dat ook wel de les. Dat “nog 11 uur te gaan” geen foutmelding is, Het is een uitnodiging om te vertrouwen. Dat wachten geen verspilde tijd is, maar een plek waar iets groeit wat je anders nooit zou ontvangen. Dat God niet te laat is, en zelden op onze klok werkt. Dus als het leven weer eens zegt: Nog even geduld a.u.b. Dan is dat misschien geen frustratie, maar genade. Omdat Hij ziet wat ik nog niet zie. En omdat Zijn timing, hoe onbegrijpelijk soms ook, altijd precies goed is.
Groet,
Bas
File: je staat er nooit alleen in
Een van de meest nutteloze bezigheden voor mij is in de file staan. En in mijn werk ben ik vaak onderweg, en sta ik dus geregeld in de file. Nu kun je daar een groot probleem van maken, of er op anticiperen. En dat laatste wordt van me verwacht. De klant verwacht dat ik gewoon op tijd ben. Of dat nu om 10.00 in Brussel of 07.30 uur in Wieringerwerf is, je zorgt er maar voor dat je op tijd bent.
Zo moest ik onlangs dus om 10.00 uur in hartje Brussel zijn. Normaal is dat zo’n 1 uur en 45 minuten rijden, zonder file. Dus ik dacht slim te zijn en ik vertrok vier uur van tevoren. Om 06.00 uur zat ik in de auto. En dat was maar goed ook. Want ik was blijkbaar niet de enige die naar Brussel moest. Man, man, man, miserie, miserie, miserie. Wat een verkeer. Ik liep uiteindelijk om 09.55 uur het gebouw in. Op tijd voor mijn afspraak, maar wel al helemaal gaar door het verkeer. En de klant verwacht wel dat ik fris en fruitig mijn afspraak in ga.
Brussel is (net als Antwerpen, Rotterdam en Amsterdam) een stad waar veel mensen naar toe gaan om te werken. Veel mensen die er voor kiezen om iedere dag in die file te staan. Veel mensen misschien geen keuze hebben, en wel moeten filerijden. Terwijl ik daar in de auto zat, merkte ik dat deze file verdacht veel leek op hoe het leven soms kan aanvoelen. Met z’n allen hebben we last van omstandigheden die ons uitputten, die ons tegenhouden of die ons naar beneden trekken. We kennen allemaal momenten in het leven die zwaar zijn. Soms zijn dat diepe dalen waar je doorheen moet. Maar bedenk dan dit: je staat niet alleen in de file. Je gaat niet alleen door een dal. We doen het samen. Samen komen we er door heen. Zoals in Psalm 23:4 staat ‘Zelfs als ik door een diep, donker dal ga, een dal van moeilijkheden, ben ik nergens bang voor, want U bent bij mij.’
Dus sta je weer eens in de file? Bedenk dan: je staat er nooit alleen in.
Groet,
Bas
PS De file die het langst duurde was op 10 augustus 2010 in China, hij duurde 10 dagen en was 100 km lang.
Gewoon jezelf zijn
Toen ik verkering kreeg met zij die nu mijn vrouw is, probeerde ik indruk op haar te maken. Ik deed mijn uiterste best om zo goed mogelijk voor de dag te komen: grappig, attent, een tikkeltje stoer. Met als resultaat? Ze vond het maar niks. Ze kende me namelijk al. En ze zag meteen dat ik me zat aan te stellen. Letterlijk zei ze: “Ik vind je veel leuker als je gewoon jezelf bent.” Nou, dat gaf rust. Er viel een last van mijn schouders. Geen toneel meer, geen rol om te spelen. Gewoon mezelf zijn bleek genoeg te zijn.
De afgelopen jaren schreef ik ook al columns, maar dan onder het pseudoniem Gerrit. Een naam die ik ooit koos om een beetje afstand te houden. Als Gerrit kon dingen zeggen die ik misschien nog niet durfde te zeggen onder mijn eigen naam. Hij bood me vrijheid en veiligheid, maar ook een zekere schuilplaats. En zoals dat gaat met schuilplaatsen: op een dag ontdek je dat je er niet meer in hoeft te blijven. Daarom schrijf ik vanaf nu gewoon onder mijn eigen naam: Bas.
Een naam is niet zomaar een etiket; het zegt iets over je identiteit, over verbondenheid. In de Bijbel zie ik dat steeds weer terug. Abram wordt Abraham, een teken van Gods belofte. Simon wordt Petrus, een rots waarop gebouwd zal worden. En Saulus wordt Paulus, een nieuw begin, een nieuwe roeping. Een naam markeert verandering, maar ook bevestiging: dit ben jij, zoals Ik je bedoeld heb.
God kent onze namen, zegt Jesaja 43:1: “Ik heb je bij je naam geroepen, je bent van Mij.” Wat een wonder: dat de Schepper van hemel en aarde jouw en mijn naam uitspreekt. Niet als een label of pseudoniem, maar als een liefdeswoord.
En misschien is dat wel de diepste betekenis van onze naam: dat we gekend zijn. Niet omdat we indruk maken, maar omdat we geliefd zijn.
Soms begint dat met de moed om gewoon te zeggen: “Ik ben Bas.”
Bas
